De Sociaal-emotionele ontwikkeling.
 
Op onze school werken we aan de sociaal-emotionele ontwikkeling door het inzetten van 2 programma's:
 
  1. Schoolwide Positive Behaviour Support (PBS)
  2. Rots en Water. *
PBS gaat van de positieve aanpak uit om kinderen regels te leren op het gebied van twee zaken:
Hoe ga ik om met mijn totale omgeving?
Hoe ga ik om met de mensen om mij heen?

Rots en water gaat eigenlijk nog verder, het leert kinderen zichzelf beter te leren kennen en accepteren.
Hoe ga ik om met mijzelf?
Hoe ga ik om met de ander?
Hoe maken we er samen iets moois van?
Het welbevinden van de kinderen groeit; de school wordt een mooiere en veiligere plaats!
 
Daarnaast staan er in de groepen 1 t/m 3 veel prentenboeken centraal over de sociaal-emotionele ontwikkeling en worden er door de hele school klasbouwers en teambouwers ingezet.
 
In de groepen 1-2 komt het onderdeel over de sociaal-emotionele ontwikkeling terug in onze eigen observatielijst en vanaf groep 2 wordt er 2x per jaar de SCOL afgenomen. (Sociale Competentie Observatie Lijst)
 
In het eerste oudergesprek staat m.n. de sociaal emotionele ontwikkeling van het kind centraal en wordt dit besproken met u als ouders. Wij willen als school namelijk zorgen voor een goede balans tussen de sociaal-emotionele ontwikkeling en de didactische ontwikkeling.
Bovendien: als een kind niet lekker in zijn vel zit, komt hij niet tot (goede) prestaties.
 
Vragen die wij aan de ouders stellen:
 
  • Hoe is de start (in deze klas / in deze jaargroep) van uw kind verlopen?
  • Gaat uw kind graag naar school?
  • Wat vindt uw kind van de nieuwe groep en de leerkracht(en)?
  • Hoe vindt u de omgang met zijn/haar klasgenoten?
  • Spreekt uw kind na schooltijd af en met wie?
 
Wat wij de ouders vertellen:
 
  • Hoe de start van hun kind verlopen is.
  • Hoe de omgang met klasgenoten is.
  • Hoe de omgang met de leerkracht(en) en andere volwassenen is.
  • Het bespreken van de SCOL. Mogelijke opvallendheden in de uitslag bespreken.
  • Adviezen m.b.t. de sociaal emotionele ontwikkeling van uw kind. Vanuit zowel de SCOL afname als de dagelijkse observaties van de leerkracht
 
Wat is nu het doel van SCOL?
Veiligheid op school is van groot belang, zodat iedereen zich optimaal kan ontwikkelen.
Kindkenmerken worden middels SCOL en de gesprekken hierover beter in beeld gebracht, dit helpt ook bij het invullen van eventuele groepsplannen. In het onderwijs staan 3 kernwoorden centraal: competentie, autonomie en relatie. Dit zijn de voorwaarden die bij elk kind aanwezig dienen te zijn om te kunnen leren. SCOL levert hiervoor een bijdrage.
 
Hoe werkt het?
Twee keer per schooljaar (rond de herfstvakantie en het voorjaar) vullen de leerkrachten een vragenlijst in voor elk kind, vanaf groep 2.
Vanaf groep 6 vullen ook de kinderen zelf een lijst in over hun eigen sociale vaardigheden.
Aan de hand van de ingevulde vragenlijst krijgen we inzicht in wat uw kind al goed kan en wat hij/zij nog niet zo goed kan. In de vaardigheden die een kind nog niet zo goed kan, kunnen we hem/haar dan extra laten oefenen. De vragenlijst van het kind wordt bovendien ook gebruikt om te kijken wat het kind zelf nog graag wil leren en hoe goed een kind zichzelf kent.
We blijven alert op het feit dat de SCOL een subjectief instrument is. Maar onderwijs is ook een interactief gebeuren. De uitslag zegt iets over de invuller en het kind.
 
Waar gaan de vragen in dit meetinstrument over?
De vragen die de leerkrachten en het kind invullen hebben betrekking op:
1. Ervaringen delen.
Deelt uw kind met anderen wat hem bezighoudt, zowel de positieve als de negatieve ervaringen? Heeft hij plezier met andere kinderen?
2. Aardig doen.
Benadert uw kind andere leerlingen op een positieve manier en draagt hij zorg voor anderen?
3. Samen spelen en werken.
Kan uw kind met anderen iets tot stand brengen: overleggen, afspraken maken en ideeën inbrengen?
4. Een taak uitvoeren.
Hoe gaat uw kind om met opdrachten? Denk hierbij niet alleen aan schoolse taken, maar ook aan andere taken, zoals de planten water geven, het bord schoonmaken, de klas opruimen en dergelijke.
5. Jezelf presenteren.
Hoe beweegt uw zich onder de mensen; hoe gemakkelijk maakt hij zich kenbaar?
6. Een keuze maken.
Gaat uw kind impulsief te werk? Blijft hij bij een beslissing? Hoe gemakkelijk hakt hij een knoop door? In hoeverre beslist uw kind zelf en in hoeverre laat hij zich leiden door anderen?
7. Opkomen voor jezelf.
Hoe gaat uw kind om met weerstand? Kan hij voor zichzelf zorgen? Vraagt hij op tijd om hulp?
8. Omgaan met ruzie.
Kan uw kind een verschil van mening of een belangentegenstelling oplossen, zonder dat het leidt tot een knallende ruzie?
 
Ingevuld en daarna?
Op onze school is een teamlid aanwezig met specialisatie gedrag. Deze voert de eerste gesprekken/ analyse met de leerkrachten. Opvallendheden uit elke groep, worden door deze gedragsspecialist met leerkrachten en de deelteamleiders besproken. De gedragsspecialist maakt een analyse op schoolniveau en koppelt dit terug naar MT en team.
 
 * Dit programma wordt op dit moment m.n. remediërend ingezet. We zijn volop bezig om te kijken of we vanaf volgend schooljaar een basisprogramma voor alle kinderen hieruit kunnen verzorgen!